Geschiedenis

Buitenplaats Vaeshartelt kent een rijke geschiedenis. Op het landgoed hebben koningen gejaagd, zijn belangrijke militairen verbleven en hebben rijke families gewoond. Eén van de meest illustere bewoners van Kasteel Vaeshartelt was de controversiële Petrus Regout, de eerste Nederlandse industrieel. Het landgoed gaat (waarschijnlijk) terug tot de tiende eeuw. Toen schonk koningin Gerberga van Saksen haar bezittingen in Meerssen, inclusief een bosrijk landgoed, aan de abdij van Reims.

KASTEEL VAESHARTELT KENDE VELE GEDAANTEN

Het landgoed kende door de eeuwen heen vele gedaanten; hoeve, luxe slot, patriciërswoning, kantoor, hotel, bos, opleidings- en conferentiecentrum en park met exotische aanplant. Altijd was het een prachtige plek in een schitterend landschap op een steenworp van bourgondisch Maastricht.

HET ONTSTAAN VAN DE BUITENPLAATS

Een buitenplaats is een monumentaal huis dat een geheel vormt met bijgebouwen en een omliggende tuin of park. Het spreekt tot de verbeelding: de omvang, de architectuur, de natuur en de grootsheid van vroeger.

In heel Nederland, vooral in het midden en westen van ons land, bouwden gefortuneerde stedelingen tussen 1600 en 1900 buitenplaatsen in landelijke gebieden. Zo ontkwamen ze aan de vervuilde en ongezonde, door epidemieën geteisterde, stad. Dit gebeurde ook met kasteel Vaeshartelt, dat later Buitenplaats Vaeshartelt werd.

In deze zelfgecreëerde oases verstond men de kunst van het genieten. Bewoners hielden zich bezig met literatuur, poëzie, muziek, tuinarchitectuur en beeldende kunst.

LANG, HÉÉL LANG GELEDEN…

De tijd van de Romeinen

Vaeshartelt heeft een eeuwenoude geschiedenis. Al in de Romeinse tijd was Maastricht een belangrijk verkeersknooppunt, met verbindingen naar Tongeren en Boulogne, Aken en Keulen. Ten noorden van de stad, ter hoogte van Vaeshartelt, was de afslag vanaf de Via Belgica naar Xanthen en Nijmegen.

Veste Harburgum

Ten tijde van Karel de Grote (748-814) was in het uitstroomgebied van de Geul in de Maas een Veste Harburgum. Charlemagne bestuurde rond het jaar 800 zijn wereldrijk vanuit de driehoek Maastricht-Luik-Aken. Zijn kleinzonen sloten in 870 het Verdrag van Meerssen op Veste Harburgum, gelegen in het uitgestrekte gebied van Hartelt. In het verdrag werd het Middenrijk van Karel verdeeld in een West- en een Oost-Frankisch rijk.

Koningin Gerberga

In de tiende eeuw bestuurde koningin Gerberga het gebied van Hartelt. In 968 verruilde zij haar wereldse bestaan voor een vroom leven in het klooster van Reims. Al haar bezittingen, ook het gebied Hartelt, schonk zij aan de abdij van Reims. De schenking is de oudste schriftelijke vermelding die betrekking heeft op Hartelt.

Tijdlijn

1381 - Servaes van Mulcken verwerft het landgoed

In de Middeleeuwen maakte het landgoed Vaeshartelt deel uit van een uitgestrekt bosgebied: Hartelt of Hartert. Het strekt zich uit van het dorp Limmel tot Meerssen en in het westen tot de Maas. De oudste schriftelijke vermelding, die mogelijk betrekking heeft op Hartelt, dateert uit 968. Koningin Gerberga, heerseres over Meerssen, schonk in dat jaar een landgoed met rijke bebossing aan de abdij van Reims. Later (in 1381) werd het terrein opnieuw vermeld, dit keer in een testament. Ene Jan van Hees, die het gebied toentertijd in leen had samen met Servaes van Mulcken, liet het in zijn geheel na aan laatstgenoemde. Sindsdien wordt het gebied Hartelt van (Ser)Vaes of Vaeshartelt genoemd.

1415 - Cortenbach

Catharina van Mulcken erfde het landgoed in 1399. Het was toen een versterkte boerenhoeve met 80 ha. landerijen, waaronder veel boomgaarden. Geen geringe bruidsschat die ze inbracht bij haar tweede huwelijk met Pierre van Cortenbach in 1415. Tot in de zeventiende eeuw zou deze respectabele familie het landgoed beheren.

1639 - Huis van Nassau

Toen Willem van Cortenbach in 1639 overleed, viel het landgoed ten deel aan het huis van Nassau, omdat Willem’s erfgename, de laatste Cortenbach-telg Anna Margaretha, sinds 1630 gehuwd was met Philips van Nassau. In 1668 – nadat ze weduwe was geworden van Philips – trad Anna Margaretha nogmaals in het huwelijk, dit keer met Johan Gerard van Oostrum.

1735 - Rudolf Sturler

In 1735 ging het bezit over in handen van Rudolf Sturler, kolonel van het Zwitserse regiment. Sturler had zijn architect opdracht gegeven de versterkte boerenhoeve te ontmantelen en een landhuis in zeventiende-eeuwse stijl te bouwen. In het huidige interieur laat de trap nog de toenmalige voorkeur zien van de Lodewijk XV- stijl.

1805 - Uitbreiding noordelijke vleugel

Drie jaar na de eeuwwisseling verwierf Jaques Pierre Nolens het landgoed. Hij liet het huis in 1805 uitbreiden met een noordelijke vleugel. Ofschoon dat bepaald geen evenwichtige, logische uitbreiding van het huis was, werd dat enigszins goedgemaakt doordat de nieuwe vleugel bedekt werd met dezelfde houten kap met leistenen als het bestaande huis. Grote, in de lengte geplaatste ruimtes, elegante schouwen, decoratief stucwerk: het getuigt allemaal van de in die tijd populaire classicistische Empire- stijl.

1838 - Koning Willem II

Op 13 juli 1826 werd het landgoed verkocht aan François Felix, graaf de Grimaudet de Rochebouet. Die overleed in 1838, waarna z’n erven het huis met toebehoren verkochten aan de gemachtigde van Koning Willem II: de grootindustrieel Petrus Regout.

Het verhaal van Maastrichtenaar Regout (1801-1878) is een echte successtory. Als ras-ondernemer was hij (mede)oprichter van de Spoorweg Maastricht-Aken, de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek, de Spijkerfabriek en de Geweerfabriek, lid van de Maastrichtse Gemeenteraad en de Kamer van Koophandel en lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal. Zijn industrieel imperium, waaraan hij tot z’n dood in 1878 leiding gaf, telde op het hoogtepunt meer dan 2600 medewerkers.

De puissant rijke Regout veranderde Vaeshartelt in een statige residentie. Hij kocht het landgoed in 1841 in eerste instantie uit naam van de Koning der Nederlanden, op verzoek van Koning Wilem II die graag een buitenverblijf wilde in de buurt van Maastricht. Regouts oog viel daarbij op Vaeshartelt. Op 7 augustus 1841 machtigde de vorst de industrieel het landgoed, bestaande uit kasteel met aanhorige gebouwen, voorhof, tuinen, bossen, lanen, vijvers, grachten, waterlopen, bouwlanden, boomgaarden, wei en hooilanden; als ook een pachterwoning met schuur, stallingen, tuinen en verdere aanhorigheden, uit zijn naam te kopen. Het domein had toen een omvang van 118 hectare.

Een verbouwing in opdracht van de vorst liet zijn sporen na op het landgoed. De toegang werd verbouwd tot een hardstenen poort met sluitsteen, bekroond met een fronton. Een klok siert nog steeds het driehoekig fronton, terwijl de sluitsteen een kroon, de initialen W II en het jaartal 1841 draagt. Ook de ramen aan de noordzijde werden aangepast naar de in die tijd gangbare rondboogvensters. Ook de economiegebouwen –in de achttiende eeuw zo fraai gesitueerd rond een ruime binnenhof – werden aangepakt. Het huis kreeg als bekroning een windvaan, versierd met een koninklijke leeuw.

Koning Willem II bracht tussen 1841 en 1848 slechts twee keer twee weken door op Vaeshartelt. Toch werd de noordvleugel van het verblijf aangeduid met ‘het paleisje’. Petrus Regout zou veel meer dan de vorst van de ‘royale’ vernieuwingen van het landhuis genieten. Hij kocht het landgoed drie jaar na de dood van de koning in 1851, eerst als buitenverblijf, later als permanente woning. De aankoopsom die Regout betaalde was slechts vierduizend gulden meer dan wat de koning tien jaar ervoor had betaald voor Vaeshartelt. Als dank voor dit ´koopje´ liet Regout een gedenkteken plaatsen aan de rand van de grote vijver: een zuil met de leeuw van Waterloo en een portretbuste van de koning.

1841 - Petrus Regout

Dan komt de Maastrichtse grootindustrieel Petrus Regout in beeld, die een stevige stempel zou drukken op de geschiedenis van Vaeshartelt. Hij kocht het landgoed in 1841 voor Koning Wilem II die graag een buitenverblijf wilde in de buurt van Maastricht. Koning Willem II bracht tussen 1841 en 1848 slechts twee keer twee weken door op Vaeshartelt. Toch wordt de noordvleugel van het verblijf sindsdien aangeduid met ‘het paleisje’.

1851 - Koop door Petrus Regout

In 1851 kocht de Maastrichtse industrieel Petrus Regout Vaeshartelt van Koning Willem II, voor slechts vierduizend gulden meer dan wat de koning tien jaar eerder betaald had. Dit ‘koopje’ veranderde de puissant rijke Regout in een statige residentie, waar het goed vertoeven was. Hij liet onder meer de prachtige rooksalon (Fumoir) bouwen en een Engels landschapspark aanleggen (tot op de dag van vandaag intact) met bomenlanen, binnentuinen, vijvers en doorkijkjes. Vaeshartelt bleef meer dan een eeuw eigendom van de familie Regout.

1852 - Aanleg landschapspark

De Belgische tuinarchitect Gindra uit Angleur bij Luik kreeg in 1852 van Petrus Regout de opdracht een landschapspark rond Vaeshartelt te ontwerpen. Het park (tot op de dag van vandaag nog steeds intact) heeft het karakter van een Engels landschapspark, een stijl die zich presenteert als een ‘natuurlijk landschap’ met veel open ruimtes, doorkijkjes, een vijver en solitair staande bomen.

1865 - Bouw fumoir

De grootste veranderingen die Regout aan het huis liet aanbrengen vonden plaats vanaf 1863, toen hij er zelf al permanent woonde. In 1865 werd een ‘fumoir’ ontworpen, een ruime rooksalon met uitzicht op de binnenplaats. Deze liet de fabrikant bouwen tegen de zuidelijke wand van het paleisje. Het was de voornaamste aanwinst voor het huis, dat voortaan als ‘Groot Vaeshartelt’ bekend stond. Of het nou zo’n elegante toevoeging was blijft de vraag, want met de bouw van de fumoir verviel de zuidelijke muur van het paleisje als buitenwand. Deze aan de binnenplaats gelegen buitenwand werd nu een binnenwand.

Regout liet ook een toren bouwen op de kop van de noordvleugel. Een schijntoren, niet meer dan een coulisse in de vorm van twee wanden, met trekstangen bevestigd aan het dak. Fraai versierd met beelden en schilderingen, dat wel. Ook de overdadig versierde veranda van het paleisje is gebouwd omstreeks 1865. Vaeshartelt bleef meer dan een eeuw in handen van de familie Regout.

Historische gebouwen & nieuwbouw

Kasteel

Van oorsprong is Vaeshartelt een kasteel en landgoed. Het landgoed is een rijksmonument en onderdeel van het buitengoed Geul & Maas. Meer weten? Lees de geschiedenis.

Het park

In 1852 gaf de Maastrichtse industrieel Petrus Regout aan de Belgische landschapsarchitect Gindra de opdracht om een park rond Vaeshartelt te ontwerpen. Dit landschapspark in Engelse stijl is tot op de dag van vandaag intact. Het biedt mooie open ruimtes, doorkijkjes, eeuwenoude bomenlanen en waterpartijen, maar ook een bijenpaviljoen, fruitgaarden, een theekoepel en diverse tuinen. De 23 hectare natuur leent zicht perfect voor een fijne wandeling, in elk seizoen. Door het hele park zijn paden aangelegd en staan bordjes met informatie over de bijzondere flora & fauna van Vaeshartelt. Een plek van groene rijkdom, met rust en ruimte voor iedereen.

Ijskelder

Op de heuvel die grenst aan het Sterrenbosch is een ijskelder gebouwd. Als de vijvers in de winter bevroren waren, werden grote ijsblokken gezaagd en in deze kelder bewaard. De 18e eeuwse versie van de koelkast. Ook gebruikte men de ijsblokken als koeling in het kasteel. De ijskelder is gerestaureerd en doet tegenwoordig dienst als winterverblijf voor padden en vleermuizen.

Theekoepel

Boven op de heuvel bij de ijskelder was een theehuis gebouwd, dat in de loop der eeuwen in verval raakte. Op dezelfde plek staat nu een, uit Cortenstaal opgetrokken, moderne theekoepel. Van hieruit heb je schitterend zicht over het hele landschapspark. Dit mooie plekje wordt veel gebruikt als trouwlocatie.

Binnenhof

De Binnenhof van het kasteel wordt omsloten door de Oostvleugel en het Koetshuis uit 1739, de Fumoir (aangebouwd aan de Noordvleugel in 1861) en de restaurantvleugel uit 1994. Het is een op het zuiden gelegen, beschutte plek. In het midden staan twee bijzondere bomen: een prachtige treur-es en een sequoia giganteum, die met 35 meter hoogte z’n naam eer aandoet.

Geheime tuin

In de ruimte tussen het koetshuis, de restaurantvleugel, de hotelvleugel en de tuinmuren is naar een ontwerp van Copijn de ‘Geheime Tuin’ aangelegd. Vroeger waren hier de nutstuinen van het kasteel ondergebracht. Nu zijn diverse terrassen ingebed in een fraai geheel van bloemenborders, een kruidentuin, een waterpartij, een kweeperenlaan en een rij van notenbomen. Het geheel wordt omzoomd door taxushagen. Een perfecte, besloten locatie voor bruiloften, diners en feesten.

Fumoir

Petrus Regout liet deze ontvangstzaal in 1861 bouwen om zijn bezoek te imponeren. Aan de wanden liet hij een rondgaande schildering aanbrengen, die hij uit Gent had laten komen. Daarop afgebeeld was een fantastisch park in de stijl van de parken van de Franse en Italiaanse adel. Regout wilde hiermee laten zien hoe zijn eigen park rond Vaeshartelt eruit zou gaan zien. Tegenwoordig vormt deze klassieke feestzaal een prachtige setting voor bruiloften, diners en feesten.

Rotonda

De zaal Rotonda is vormgegeven met de Italiaanse renaissancearchitectuur van Palladio als voorbeeld. Oorspronkelijk was dit een verkeersruimte, die toegang gaf tot het park, de binnenhof en de salons aan weerszijden. In de periode vóór de restauratie waren de muren van deze ruimte met dikke lagen crèmekleurige verf besmeurd (‘impression mayonaise’). Dankzij het monnikenwerk van restaurateurs werd de marmerimitatie uit de periode Regout teruggebracht, inclusief het rijk versierde stucwerk.

Salon Petrus Regout

De salon aan de Noordoostzijde van Vaeshartelt is vernoemd naar Petrus Regout en geeft uitzicht op het park en op de entree met de Lindenlaan. Ook in deze klassieke zaal zijn schouw, houtsnijwerk en stucwerk in oude luister hersteld. Bijzonder aan deze ruimte is het aantal ramen aan de Noordzijde: dat zijn er twee. Vanuit het park zijn in die gevel vier ramen zichtbaar. Twee daarvan zijn aan de binnenzijde dichtgezet; aan de buitenzijde is het stucwerk achter de ramen zo geschilderd, dat er gordijnen lijken te hangen.

Maestricht Salon

De Maestricht Salon gaf oorspronkelijk aan weerszijden zicht naar buiten. Door de aanbouw van de Fumoir werd de Zuidgevel een binnenmuur. Bij de restauratie zijn de oorspronkelijke raamopeningen opnieuw zichtbaar gemaakt, zodat de symmetrie in de ruimte is hersteld. Ook de fraai gedecoreerde schouwen zijn zorgvuldig hersteld. Tegenwoordig is de Maestricht Salon in gebruik als klassieke feestzaal.

De boerderij

De boerderij dateert uit 1739. Ervoor ligt de ‘Weide voor den Pachter’. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw werd hier geboerd, door de families Hamers. In 1998 werd de boerderij gerestaureerd naar een ontwerp van HVNArchitecten. De kap, kapconstructie en gevels bleven behouden, in de oorspronkelijke schuur werd een compleet nieuw gebouw opgetrokken met een eigen palenconstructie. Via een grote opening in de kap komt daglicht binnen. De boerderij is nu een (te huren) kantoorruimte.

Witte schuur

In 2005 is de Witte Schuur opnieuw gebouwd, op exact dezelfde plek waar ooit de oorspronkelijke schuur stond. Het tussenlid met een rij kleine stallen is gerestaureerd, waarbij een overdekte gang is gemaakt om de gebouwdelen met elkaar te verbinden. Ook de tuinmuur tussen boerderij en witte schuur werd in oude glorie hersteld. Naar een ontwerp van Copijn is vervolgens de binnentuin ingericht. De Witte Schuur wordt verhuurd als kantoorruimte. Deze wordt gebruikt door verschillende organisaties.

Bijenpaviljoen

Midden in de tuinen van Vaeshartelt staat het Bijenpaviljoen van Imkervereniging Mergelland. Dit mooie houten gebouw werd oorspronkelijk ontworpen voor de Floriade. Het biedt nu huisvesting aan zes bijenvolken die helpen bij de bestuiving van de flora rondom Vaeshartelt. De begane grond doet dienst als informatie- en educatiecentrum voor de imkers. De bovenverdieping, met prachtig zicht over de tuinen, is een volledig ingerichte vergaderruimte, te huur voor groepen.

Hartelt wordt Vaeshartelt

In 1381 werd het terrein opnieuw vermeld, dit keer in een testament. Ene Jan van Hees, die het gebied toentertijd in leen had samen met Servaes van Mulcken, liet het in zijn geheel na aan laatstgenoemde. Sindsdien wordt het gebied Hartelt van (Ser)Vaes of Vaeshartelt genoemd. Servaes van Mulcken gaf Vaeshartelt dus zijn naam. Uit deze periode dateert ook het wapen van Vaeshartelt, een schild met rood-witte banen met daarop de valk als symbool van macht en kracht.

Back to top

© Vaeshartelt – Disclaimer – Privacy